![]() |
||||
|---|---|---|---|---|
![]() |
||||
![]() |
||||
In de tweede graad Beeldende en Architecturale Kunsten wordt de leerling op de eerste plaats in het brede domein van het beeldende en architecturale georiënteerd. Praktisch gebeurt dit in de ateliervakken en theoretisch in kunstbeschouwende vakken zoals kunstgeschiedenis, kunstinitiatie en muzikale opvoeding. De opdrachten in het atelier zijn zo opgevat dat onderzoek en kennisverwerving hand in hand gaan met creativiteit en persoonlijke inbreng. Elke taak put uit gegevens die de beeldend-architecturale wereld en haar geschiedenis biedt of uit de persoonlijke leefwereld van de leerling. Het gevraagde werk kan kort of langlopend zijn, maar wordt steeds intensief begeleid tijdens de atelieruren. De kennis, opgedaan in de verschillende ateliers, plus een aantal theorievakken (talen, wetenschappen…), zal ervoor zorgen dat de leerling aan het einde van de tweede graad klaar is om, vertrekkende van zijn mogelijkheden, een verantwoorde en gemotiveerde keuze te maken tussen de afdelingen van de derde graad. |
||||
|
|
|||
|
||||



